Improvisatietheater
Het zal 2002 of 2003 geweest zijn. Mijn toenmalige vriendin Barbera vroeg me mee naar een workshop theatersport, georganiseerd door haar studievereniging Alcmaeon. Het werd vooral lachen, zei ze. Nou, dat heb ik geweten. Na een paar eenvoudige oefeningen gingen we aan de slag en al gauw lag de zaal krom van het lachen.
Ik merkte dat ik het leuk vond. En dat ik er talent voor heb. In improvisatietheater kan en mag alles. Er zijn een paar handige houvasten, die vooral in het theater nuttig zijn. Het fijne is dat je geen tekst hoeft te leren. Alles gebeurt ter plekke en ontstaat ter plekke. Het is er maar 1 keer en is het weer weg. Dat is ook waarom improvisatie op film of televisie vaak toch anders is dan wanneer je er echt bij bent.
Mensen vinden het vaak knap en vragen of het moeilijk is. Het mooie is, zolang je het met overtuiging doet pikt het publiek alles van je. En daar kan je dus ook mee spelen. Niets is vervelender om te zien dan een speler die het probeert maar waar het niet lukt, en hij heeft het niet door. Het is beter om als je merkt dat het fout gaat, te gaan overdrijven. Daarnaast vind het publiek het heerlijk je te zien worstelen en werken. Laat maar zien dat je het even niet weet. Dat verhoogt de spanning alleen nog extra.
Je kunt wel zeggen dat ik verslingerd ben geraakt aan improvisatietheater. Inmiddels heb ik van verschillende grootheden les gehad of heb ik workshops bij ze gevolgd, en heb ik landelijk in tientallen theaters gestaan. Maar daar blijft het niet bij. Mijn groep Placebo speelt regelmatig thuis en in den lande, en wanneer ik weer speel is te zien op de pagina voorstellingen. Daarnaast heb ik een overzicht gemaakt van alle voorstellingen die ik heb gespeeld. Leuk, voor het nageslacht.
